Mijn vader als soldaat
Over de 4 eerste oorlogsdagen van mijn vader "Henk Rugenbrink" op de Grebbeberg in Mei 1940 en de gevolgen.






















    







De Oorlog
Bij het uitbreken van de oorlog, op 10 mei 1940, zat mijn vader bij de 1e sectie van de mitrailleurcompagnie van het 3e Bat. 19 R.I. Zijn sectiecommandant was reserve lt. Storms. Deze sectie had zijn stellingen achter de boerderij van van Dolderen aan de Weteringsteeg, oostelijk van het dorp Achterberg. In de boomgaard, achter de boerderij, was de stelling waar lt. Storms zijn commandopost had ingericht. In het weiland naast de boomgaard, in noordelijke richting, waren 2 stellingen met elk een mitrailleur front oost opgesteld. Deze 2 stellingen waren onderling verbonden via een loopgraaf. Mijn vader behoorde bij het linker stuk. Zijn stukscommandant was sergeant Korf. In het weiland rechtsvoor deze mitrailleurs, was nog een 3e mitrailleur in een gietijzeren koepelkazemat opgesteld. Deze mitrailleur stond op een vaste affuit en had een noordelijke schootsrichting. Aan de rand van de boomgaard, voor de commandopost van lt. Storms, was nog een stelling voor karabijnschutters. Deze manschappen behoorden niet tot de eigen sectie maar waren geleend van het 1-III-19 R.I. Zie de luchtfoto uit 1939 van dit gebied.

Vrijdag 10 mei 1940.  Deze dag nog niet zoveel gebeurd. Om 4uur 's morgens trad alarmfase 4 inwerking en was de sectie gevechtsvaardig in de stellingen. Eenmaal werden ze die dag vanuit een vijandelijk vliegtuig beschoten.

Zaterdag 11 mei.
 De sectie heeft geruime tijd vuursteun afgegeven richting een oostelijk gelegen boerderij (Kruiponder) op een afstand van 1200m. Dit op verzoek van de commandant 2e compagnie 2e bataljon 8 R.I. welke rechtsnaast en voor de sectie was gelegen. In de loop van de dag kregen ze te maken met vijandelijk artillerievuur. De scherven kwamen in de stellingen. Ook werd onregelmatig mitrailleurvuur ontvangen.

Zondag 12 mei. (1e Pinksterdag)  In de vroege morgen kregen ze wederom onregelmatig artillerievuur op hun stellingen. 's Middags heeft de sectie geruime tijd vuursteun, over eigen troepen (8 R.I.), richting boerderij Kruiponder afgegeven. Tijdens dit vuren werden ze beschoten door vijandelijk pantserafweergeschut, gericht op de schietsleuven van hun stellingen. Echter geen voltreffers. Hierna vond lt. Storms  nog tijd voor het uitbetalen van de soldij. Om ongeveer 17.00uur een zware beschieting van de eigen artillerie op hun stellingen. Ondanks dat lt. Storms tot 5 maal toe zijn compagniescommandant belde met de mededeling "eigen artillerie hindert ons", hield deze beschieting een half uur aan waarna het meer naar oostelijke richting werd verplaatst (richting boerderij Kruiponder). Daar kwam het echter terecht op de voor hen liggende eigen troepen van het 8 R.I. Deze troepen bleven niet in hun stellingen maar vluchtten, zwaaiend met lappen, richting de stellingen van mijn vader. Even te voren had lt. Storms opdracht gekregen op alles, wat in het voorterrein bewoog, te vuren omdat de vijand brutaal zou optreden o.a. in Nederlandse uniformen. Zodoende werden deze vluchtende troepen door de sectie onder vuur genomen totdat duidelijk werd dat het echt eigen manschappen waren. In de avond, omstreeks 21.30uur werd de sectie van achteren met mitrailleurs beschoten. Het vermoeden van een reeds doorgedrongen vijand rees bij lt. Storms. Hij was bang spoedig van de andere eenheden afgesneden te zullen worden. Nadat hij zijn compagniescommandant, kapitein Schuman, van deze situatie op de hoogte gebracht had, ontving hij het bevel de stellingen te verlaten en zich met zijn manschappen te verzamelen bij de stopsectie van de compagnie. In opdracht van lt. Storms werd de mitrailleur in de koepelkazemat onklaar gemaakt en de twee andere mitrailleurs op een mitrailleurkar geladen. De gehele sectie verzamelde zich bij de boerderij van van Dolderen waarna ze de luitenant zachtjes moesten volgen. 

Maandag 13 mei. (2e Pinksterdag)  Om even na middernacht kwam bij de legerleiding het bericht binnen dat de Duitsers in het zuiden bij de Grebbesluis doorgebroken waren. Nu kon men de vijand vanuit die richting verwachten. Lt. Storms kreeg opdracht een open grendelstelling front zuid te vormen aan de Hoge steeg bij Achterberg. Een kaart uit het stafwerk, welke de situatie uit de betreffende nacht weergeeft, geeft dat aan. (zie kaart stafwerk) Ook volgens het verslag van lt. Storms, van 24 Januari 1941, heeft hij een opengrendelstelling front zuid gevormd aan de Hoge steeg. (zie uit verslag lt. Storms) Toch zijn er enkele onduidelijkheden in de verklaringen, afgelegd voor de Commissie Militaire Onderscheidingen op verschillende data in 1946, van enkele andere militairen. Volgens korporaal J. Bolk en soldaat J. Oude Nijhuis hebben ze de nacht doorgebracht bij boerderij van Dijk. Deze boerderij lag 150m ten noorden van het kruispunt Friese steeg/Wetering steeg. (zie schetsje, zie uit verklaring kpl. Bolk, zie uit verklaring sold. Oude Nijhuis) Volgens kpl. A.G. van Duinen zijn ze in stelling gekomen op een kruispunt met het gezicht op Ouwehands dierenpark. (zie uit verklaring kpl. van Duinen) Volgens mijn vader zijn ze instelling gekomen aan de Friese steeg. (zie uit verklaring mijn vader) Al deze verklaringen zijn meer dan 5 jaar later afgelegd. Het is dus zeer aannemelijk dat niet iedereen zich alles precies kon herinneren. Vooral ook omdat het voor de betrokkenen een emotionele gebeurtenis moet zijn geweest. Op 19 december 1946, als lt. Storms voor deze Commissie verschijnt, heeft hij het over stellingen front zuid aan Den Dijk, een weg iets zuiderlijker gelegen dan de Hoge steeg. (zie uit dit verslag) Terwijl de sectie aan de Hoge steeg bezig was versterkingen aan te brengen werden ze regelmatig gepasseerd door gedemoraliseerde Nederlandse troepen die zich terug trokken richting Achterberg. Hierdoor werd de sectie onrustig. Op het moment dat lt. Storms in overleg was met zijn compagniescommandant, liet de sectie zich met deze gedemoraliseerde troepen meezuigen. Lt. Storms werd door zijn plaatsvervangend commandant van deze ontwikkelingen op de hoogte gebracht en ving zijn mannen op het kruispunt Friese steeg - Cuneraweg in Achterberg op. Ter plaatse kwamen de manschappen opnieuw in stelling. Dit zou dan overeenkomen met het verslag van kpl. van Duinen dat ze op een kruispunt, met gezicht op Oudehands dierenpark, in stelling kwamen. Om 4.30uur in de ochtend kreeg lt. Storms opdracht het kruispunt Friese steeg - Cuneraweg te verlaten en de open grendelstellingen aan de Hoge steeg te hernemen. Tegen het einde van de ochtend kwam het bevel terug te keren naar de oorspronkelijke stellingen achter de boerderij van van Dolderen. De mitrailleurs werden hier opnieuw opgesteld. Een korte tijd later werden ze volkomen verrast door Duitsers van het SSregiment Der Fuhrer. Een hevig vuurgevecht ontstond, waarbij de vijand de sectie van 3 zijden onder vuur nam. Uiteindelijk kwam de vijand zo dichtbij dat ze zich in de onbestreken ruimte van de mitrailleurs bevond. Een korte tijd later werd de commandopost van lt. Storms geheel overmeesterd en werden de manschappen gesommeerd uit de stelling te komen. Soldaat Aalting kwam samen met enkel andere militairen uit de stelling maar werd neergeschoten. Waren het de Duitsers of werd hij geraakt door een kogel van meer naar achteren gelegen Nederlandse troepen? Mijn vader ging er kennelijk vanuit dat het de Duitsers waren die soldaat Aalting hadden neergeschoten, hij dacht "als dat zo gaat dan vechten we verder". Hij nam een pistool en stelde zich op achter een knik in de loopgraaf. Hij liet een Duitser tot ongeveer 5m naderen maar op het kritieke moment ging het pistool niet af. Hierna sprong mijn vader boven op de loopgraaf. Op dat moment vuurde de Duitser op hem en trof hem in de linker knie. Liggend op de grond stak mijn vader zijn handen omhoog en gaf zich over. De Duitser die hem neerschoot verleende hem hierna eerste hulp. Hoewel deze Duitse eenheid eerder in Polen was geweest hadden ze nog geen enkele gevechtservaring opgedaan. Is het misschien daaraan te wijten dat deze Duitser zich als een gentleman gedroeg en mijn vader eerste hulp verleende? Mijn vader heeft 4uur op de grond gelegen voor hij door hospitaalsoldaten werd opgepikt en naar een hulpverbandplaats in Rhenen werd gebracht. Daarvandaan werd hij door 4 man gedragen naar Wageningen. Tenslotte kwam hij in het St. Elisabethgasthuis in Arnhem terecht waar hij verder verzorgd werd. Alles te samen had de sectie zo'n 20.000 patronen verschoten. Ga door naar "Na de Strijd".

Vader in St. Elisabethgasthuis